Valentijn Driessen is niet te spreken over het feit dat de meeste Eredivisie-clubs een B-elftal opstellen in de KNVB Beker. Volgens de columnist van De Telegraaf moeten de clubs denken aan het belang van het Nederlandse voetbal, maar dat gebeurt op dit moment niet.
Driessen stelt dat profclubs liever een bekertoernooi zouden organiseren met alleen clubs uit de hoogste twee divisies: de Eredivisie en de Keuken Kampioen Divisie. 'Dan krijgt iedere club een grotere punt uit de opbrengsten en is de route naar Europees voetbal korter', legt de journalist uit. 'Maar omdat dit niet het geval is, verwacht je van de Eredivisie- en Eerste Divisie-afgevaardigden dat zij het toernooi serieus nemen.'
Dat zag Driessen deze week echter niet gebeuren en daarbij wijst hij naar de uitschakeling van ADO Den Haag, waar trainer Robin Peter besloot om meer dan de helft van zijn basisspelers op de bank te laten beginnen, tegen Excelsior '31. 'Deze clubs zijn het die altijd op hoge poten van alle afgevaardigden van de Eredivisie in de drie Europese bekertoernooien eisen dat zij altijd in hun sterkste formatie aan de aftrap verschijnen.'
'Terecht omdat daar de internationale waarde van alles wat de Eredivisie behelst, wordt bepaald', gaat Driessen verder. 'Naast de extra inkomsten die bij de UEFA vandaan binnenkomen bij de nationale deelnemers, die daar een gedeelte van afdragen aan de competitiegenoten. Maar dan is het tegelijk hypocriet te noemen als deze clubs zelf met het B-garnituur op de afspraak komt bij de KNVB-Beker. Een voorbeeld van de splinter in het oog van een ander wel zien, maar niet de balk in je eigen oog.'
'In het belang van het Nederlandse voetbal zouden alle clubs de KNVB-beker daarom net zo serieus moeten nemen als de competitie', stelt Driessen. 'Zich beklagen over het zware programma in deze fase van het seizoen is trouwens een kulargument met één wedstrijd in de week en twee interlandperiodes in september/oktober en november om bij te komen en op te laden.'